Geschiedenis

Zoals alles heeft ook dit stukje wereld zijn eigen geschiedenis. Enkele korte verhalen schetsen een beeld van het Oosterpoort gebied door de eeuwen heen.

molen
In 1357 gaf de Hertog van Gelre aan Reyner van Aller ” het recht op de wind” . Hij bouwde de eerste Oostermolen, een rosmolen. De molen is een aantal keren verwoest en op een andere locatie op het molenplein weer opgebouwd en is in gebruik geweest tot hij in 1920 grotendeels afbrandde. De resterende molenromp is daarna als bergplaats gebruikt.
In de zomer van 2008 is de molenromp uiteindelijk gesloopt ten behoeve van de nieuwe ontwikkelingen in het Oosterpoortgebied.

Gouden Eeuw
In de zeventiende eeuw trekken de zogenaamde ambtsjonkers, leden van de adel, de macht naar zich toe. Nijkerk ontwikkelt zich langzamerhand tot een belangrijk centrum van de Noord-West Veluwe. Omstreeks het jaar 1636 begint men veel tabakte verbouwen. Vooral met Amsterdam wordt de handel levendig. Het weeshuis dateert uit deze tijd. In 1720 wordt de verbreding van De Arkergragt tot een “Vaart” voltooid, waardoor er een goede rechtstreekse verbinding is tussen Nijkerk en de Zuiderzee. De handel, scheepvaart, landbouw en tabaksteelt zijn de belangrijkste middelen van bestaan. In deze periode komt veel tot stand: zo wordt onder meer het Stadhuis gebouwd en de torenspits vemieuwd waarin het beroemde klokkenspel wordt gehangen. Alle welvaart van deze Gouden Eeuw gaat in de Franse tijd verloren. De productie van het Nijkerkse tabak verdwijnt rond 1900 geheel.

Eiermarkt
Al sinds eeuwen kent Nijkerk diverse markten. De boeren uit de omgeving kwamen op zondag naar de kerk en brachten hun vee en koopwaar mee om te verhandelen. Na de Reformatie werd de markt naar maandag verplaatst.
Ter plaatse van het Molenplein in het Oosterpoortgebied was een belangrijke goederenmarkt en een eiermarkt. In Nijkerk had de eierhandel aan het begin van de twintigste eeuw zo’n grote omvang gekregen, dat het gemeentebestuur op 31 oktober 1912 besloot een markthal voor eieren, genaamd ‘de Eierhal” te bouwen op het plein bij de Oostermolen. Dat de handel in eieren een grote omvang had bereikt, blijkt uit marktgegevens uit 1922 waarin melding wordt gemaakt van een jaarlijkse aanvoer van 536 miljoen eieren in Nijkerk. De Nijkerkse Eierhal is een van de laatste nog bestaande eierhallen in Nederland. Ook de pakhuisjes aan de noordkant van het plein refereren aan die tijd.